Wildplukken begint niet in een ver bos of op een eenzame heide, maar gewoon in je eigen achtertuin. Die plek waar je jarenlang hetzelfde ‘onkruid’ wegtrekt, kan een vergeten voorraadkast vol smaak en voedingsstoffen zijn. Maar wat mag je zomaar in de mond stoppen, en wat niet? Meike Prollius, herborist en wildplukster, geeft antwoord.
Wildplukken werd ooit gezien als een noodzaak voor overleving of als een hobby voor biologen. Vandaag de dag is het getransformeerd tot een moderne, bewuste lifestylekeuze. Deze groeiende populariteit laat zich verklaren door een samenloop van culinaire trends, gezondheidsbewustzijn en een diep verlangen naar authenticiteit.
In een wereld die steeds digitaler wordt, fungeert wildplukken als een vorm van ‘slow living’. Het dwingt de consument om te vertragen, de seizoenen weer bewust te beleven en letterlijk met de voeten in de klei te staan. Dit verlangen naar verbinding met de natuur gaat hand in hand met een groeiende kritiek op de reguliere voedselindustrie.
De moderne consument is steeds vaker op zoek naar autonomie en transparantie; wildgeplukte planten zijn immers onbespoten, verpakkingsvrij en leggen nul transportkilometers af voordat ze op het bord belanden. Bovendien bevatten deze wilde varianten vaak een veel hogere concentratie aan mineralen en bittere voedingsstoffen dan de doorgekweekte groenten uit de supermarkt.
Bij wildplukken is nog veel onduidelijk. Mag je zomaar met je mandje het bos in om plantjes te plukken? En kun je alles eten? We gaan in gesprek met Meike Prollius van Pocket full of greens uit Winterswijk en richten ons vooral op de vraag: wat kun en mag je eten uit eigen tuin, en hoe pak je dat aan? Meike is herborist en organiseert wildplukwandelingen en kruidenworkshops.
Wildplukken zonder gedoe: wat zijn de regels?
Je staat op het punt om met een mandje het bos in te lopen. Mag dat zomaar? Meike schetst een genuanceerd beeld. Wildplukken wordt in Nederland weliswaar gedoogd, maar dat betekent niet dat je vrijuit kunt gaan. Vaak ligt de grens bij een bakje ter grootte van een champignonbakje.
‘Als ik met groepen ga wildplukken, hebben we het over tien tot vijftien mensen. Dan is het heel belangrijk dat je vooraf de boswachter informeert en toestemming vraagt.’
De grondeigenaar of boswachter speelt dus een rol van belang. Meike benadrukt dat er altijd sprake moet zijn van bewustzijn over wie de grond beheert. Dat geldt zowel voor georganiseerde excursies als voor individuele plukkers die denken dat het bos van iedereen is.
‘Het wordt gedoogd, maar dat wil niet zeggen dat je zomaar alle daslook kunt weghalen. Dat is ook nog eens een beschermd plantje.’

Eigen tuin: de veiligste pluktuin
Dan toch maar de eigen tuin. Is dat een stuk eenvoudiger? Meike bevestigt dit, maar stelt wel een absolute basisregel. Wie niet weet wat hij plukt, plukt niet. Kennis van zaken is geen luxe, het is de eerste vereiste.
‘Je eigen tuin is natuurlijk het meest veilige om te plukken, juist omdat je vaak weet wat je daar gezaaid hebt of wat er vanzelf groeit.’
Toch noemt ze een paar zaken die mensen over het hoofd zien. Worden er bestrijdingsmiddelen gebruikt? Lopen er honden vrij rond, die af en toe een plasje doen? Het zijn details die het verschil maken tussen een gezonde maaltijd en een ongewenste bijsmaak.
Bovendien wijst Meike erop dat de eigen tuin een extra voordeel heeft: je kent de geschiedenis van de grond. Die transparantie ontbreekt volledig als je langs akkerranden of in openbaar groen plukt.
Planten die iedereen herkent maar niemand eet
Dan komt het culinaire hart van het gesprek. Welke planten staan in vrijwel elke Nederlandse tuin, worden vergruisd als onkruid, maar zijn eigenlijk smaakbommen? Meike heeft zo haar favorieten.
‘Zevenblad is sowieso de meest verguisde plant van de moestuin. Bijna iedereen heeft het al, iedereen wil het kwijt. Maar wat heel weinig mensen weten: het heeft een selderij-achtige smaak en is heerlijk in pesto.’
Ze raadt aan de jonge blaadjes te plukken, die zijn het zachtst en meest aromatisch. Zevenblad als rucolavervanger in pesto is een openbaring, zegt Meike met de overtuiging van iemand die het al honderd keer heeft bewezen aan sceptische workshopdeelnemers.
‘En dan de paardenbloem. Die heeft eigenlijk niemand niet in zijn tuin. Van bloem tot wortel is alles eetbaar. De wortel kun je gebruiken als koffievervanger, en voor mij is dat het lekkerste koffie-alternatief dat er bestaat.’
Bitterheid als vergeten smaakdimensie
De paardenbloem roept ook een bredere culinaire discussie op. Het blad, ooit gegeten als gewone sla (molsla) door generaties Nederlanders, heeft een krachtige bittere smaak. En daar wringt iets in onze huidige eetcultuur.
‘We hebben de bittere smaak uit ons eten gebannen. Maar bitterheid is juist iets wat we hard nodig hebben. Die bitterstoffen zijn enorm waardevol voor de spijsvertering.’
Meike ziet het als een symptoom van een bredere vervreemding. Supermarktgroenten zijn gekweekt op zoetheid en mildheid; de wilde varianten herinneren ons aan hoe groenten ooit smaakten. Wie de paardenbloem herontdekt, herontdekt een vergeten smaakdimensie.
Veilig plukken: gebruik al je zintuigen
De vraag die elke beginplukker bezighoudt, is die naar giftigheid. Hoe weet je of wat je ziet ook eetbaar is? Meike formuleert een gouden regel die verder gaat dan alleen kijken.
‘Leer een plant kennen in alle seizoenen. Wat er in het voorjaar herkenbaar uitziet met een mooi bloemetje, ziet er in juli heel anders uit. Sommige planten zijn dan bijna niet meer te herkennen.’
Ze beschrijft een meerzintuiglijke aanpak. Kijken is het begin, maar voelen en ruiken zijn minstens zo belangrijk. Hoe voelt het blad aan? Is het ruw of zacht? En dan het ruiken: kneus het blad tussen je vingers en laat de geur spreken.
‘Gebruik al je zintuigen. Kijk niet alleen, maar voel ook. Is het blad harig? Is de steel vierkant of rond? Ruiken is een van je krachtigste gereedschappen bij wildplukken.’
Apps voor herkenning: handig of niet?
Er zijn talloze apps op de markt die claimen planten te herkennen via de camera. Meike is er voorzichtig mee.
‘Ik gebruik ze zelf soms als een soort dubbele check, maar nooit als primaire bron. Apps geven vaak heel summiere informatie. Er staat dan bij: tachtig procent kans dat het dit is. Maar of het giftig is of niet, dat is een stuk complexer.’
Ze wijst op een fundamenteel misverstand rond giftigheid. Een plant die je van tijd tot tijd in kleine hoeveelheden door een salade kunt gooien, kan giftig worden als je hem dagelijks in grote hoeveelheden eet. De hoeveelheid maakt, of iets giftig is of niet (dat geldt zelfs voor water).
‘Giftig en niet giftig is geen zwart-witverhaal. Sommige planten zijn prima af en toe te eten, maar dagelijks in grote hoeveelheden is een ander verhaal.’

Bewaren en conserveren van wildpluk
Je hebt geplukt. En nu? Meike maakt onderscheid tussen planten die goed bewaard kunnen worden en planten die je het beste vers verwerkt.
‘Het verschilt enorm per plant. Planten met veel etherische oliën, zoals citroenmelisse, zijn heel lastig te drogen. Die geurstof vervliegt tijdens het drogen. Je droogt dan eigenlijk de lekkerste stof eruit.’
Voor planten die wél goed te drogen zijn, geldt een praktische stelregel: droog ze grondig om schimmel te voorkomen, en bewaar ze daarna niet in doorzichtige glazen potten op het aanrecht.
‘Het ziet er mooi uit, zo’n glazen pot in het licht. Maar zonlicht tast de houdbaarheid en werkzaamheid van gedroogde planten aan. Bewaar ze in donkere potten, op een donkere plek. Dat is de beste manier.’
Pluk met respect voor de natuur
Het gesprek mondt uit in een onderwerp dat Meike na aan het hart ligt: de ethiek van het plukken. Nederland is klein, de natuur is schaars, en de populariteit van wildplukken groeit snel. Dat is een combinatie die om zorgvuldigheid vraagt.
‘Nederland is niet Zweden of Duitsland. We hebben hier gewoon relatief gezien weinig natuur. En dieren en insecten zijn afhankelijk van bloesems en bessen. Alles wat jij nu als bloesem plukt, wordt geen besje meer in het najaar.’
Ze beschrijft een praktische vuistregel voor vlierbloesem, één van de populairste plukgewassen. Pluk vier of vijf schermen van één struik, loop dan door naar de volgende, en stop na drie struiken. Pluk dan eventueel verder in een ander gebied.
‘Als er maar één plant van een soort staat, loop je door. Die neem je niet mee. Het is een ongeschreven regel. Als je respect hebt voor de natuur, doe je dat gewoon.’
Gouden tip: ga mee op wildplukwandeling
Tot slot de vraag waar iedereen op wacht. Je hebt dit artikel gelezen, je bent enthousiast, je gooit de achterdeur open en kijkt je tuin in. Wat dan?
‘Ga niet zomaar uit de losse pols dingen plukken. Wildplukken is iets waar je echt kennis van moet hebben. Die kennis kregen mensen vroeger mee van hun grootouders, maar die traditie is verloren gegaan.’
Meike pleit voor een wildplukwandeling als startpunt. Niet vanuit angst, maar vanuit respect voor de kennis die erbij hoort. Een gids die je de eerste keer meeneemt door tuin en veld, geeft je een fundament dat je goed kunt gebruiken.
‘Met een wildplukwandeling breng je die kennis weer terug. En hopelijk verspreidt dat zich dan als een olievlek. Mensen willen allemaal die verbinding met de natuur aangaan. En ik denk ook dat het superbelangrijk is.’
ChefsFriends wordt mede mogelijk gemaakt door ‘De vrienden van…’:
Kesbeke Fijne Tafelzuren
Kaasfort Amsterdam
Chaîne des Rôtisseurs
Nice to Meat
Schmidt Zeevis
la Fève chocolade en desserts
Mr. Henry’s 0,00%
De WijnGoeroe
WTOL Academy
Neleman
R & R media en advies
Ook vriend worden? Stuur een e-mail naar richard@chefsfriends.nl of rik@chefsfriends.nl.
Lees verder
-
Voormalig sterrenchef Thijs Meliefste uit Wolphaartsdijk is aangesteld als Global Executive Head Chef bij WEAREONE.world,…
-
Vergeet dure high-tech klimaatkasten; kies voor een goedkoop alternatief. Veel wijnliefhebbers laten hun mooiste flessen…
-
Eten en drinken verbroedert. Chaîne des Rôtisseurs, een internationale vereniging die ook in Nederland actief…


